Belasting

BelastingEen eigenaar-bewoner van een appartement moet zijn/haar aandeel in de onderhoudsreserve van een vereniging van eigenaren (VvE) rekenen tot de rendementsgrondslag van box 3 terwijl het appartement zelf in box 1 valt. De Hoge Raad kwam op dit punt weliswaar tot hetzelfde eindoordeel als Hof Amsterdam. maar baseerde dit wel op andere gronden. De Hoge Raad kwalificeerde het appartementsrecht namelijk als een ‘overig vermogensrecht en niet als ‘rechten die niet op zaken betrekking hebben, waaronder geld’ zoals het hof had gedaan. Voor ‘overige vermogensrechten’ geldt als waarderingsmaatstaf de waarde in het economische verkeer die aan zo’n recht kan worden toegekend en daarbij moeten alle relevante omstandigheden in aanmerking worden genomen. Daartoe behoort ook de omstandigheid dat de desbetreffende VvE uit bijdragen van haar leden een eigen vermogen heeft gevormd.

Een appartementseigenaar (juridisch zuiverder geformuleerd: een rechthebbende tot een  appartementsrecht) is van rechtswege lid van een vereniging van eigenaren (hierna: VvE). De VvE is formeel de eigenaar van het flatgebouw. Veel VvE’s hebben een onderhoudsreserve gevormd voor toekomstig onderhoud. Een appartementseigenaar heeft in dat geval een aandeel in het vermogen (in feite de onderhoudsreserve) van de VvE. Maar hoe verloopt de fiscale behandeling van zo’n ‘aandeel’? De Hoge Raad heeft onlangs deze vraag beantwoord. In de onderhavige procedure had de inspecteur het aandeel van de betreffende appartementseigenaar in de onderhoudsreserve van de VvE gerekend tot zijn heffingsgrondslag van box 3. Hof Amsterdam stelde in zijn uitspraak van op 8 december 2008 de inspecteur in het gelijk. De appartementseigenaar ging daarop in cassatie bij de Hoge Raad.

De Hoge Raad was van oordeel dat een appartementsrecht en het lidmaatschap van een VvE afzonderlijke rechtsfiguren zijn ook al vloeit het lidmaatschapsrecht van de VvE van rechtswege voort uit de hoedanigheid van appartementseigenaar. De Hoge Raad leidde dit onder meer af uit het Burgerlijk Wetboek. De Hoge Raad gaf vervolgens aan dat het afzonderlijk te kwalificeren lidmaatschapsrecht van een VvE niet kan worden aangemerkt als een (gedeelte van een) gebouw en dat het daarom ook niet is aan te merken als (een element van) de eigen woning voor de inkomstenbelasting. De Hoge Raad zag hiervoor ook aanknopingspunten in de voorgeschreven wijze van waardering van de eigen woning in de Wet WOZ. Voor de bepaling van de WOZ-waarde van een appartement moet de invloed die een onderhoudsreserve zou kunnen hebben op de verkoopprijs worden uitgeschakeld. Het gedeelte van de verkoopprijs dat betrekking heeft op een dergelijke reserve maakt namelijk geen deel uit van de prijs die wordt betaald voor (het recht op) de onroerende zaak zelf. De Hoge Raad wees daarbij op een arrest uit 1993.

De Hoge Raad merkte verder op dat bovengenoemde benaderingswijze tot een gelijke behandeling leidt ten opzichte van gevallen waarin geen sprake is van een VvE en de gerechtigde tot de woning zelf een reserve vormt voor toekomstig onderhoud. Dergelijke reserves worden voor de toepassing van de eigenwoningregeling ook niet gerekend tot (de waarde van) die eigen woning.

De Hoge Raad kwam net als het hof tot het oordeel dat het aandeel van een appartementseigenaar in het vermogen van een VvE is aan te merken als een afzonderlijke bezitting die behoort tot de rendementsgrondslag in box 3. Maar de Hoge Raad baseerde dit wel op enigszins andere gronden. De Hoge Raad kwalificeerde het appartementsrecht namelijk als een ‘overig vermogensrecht’ en niet als ‘rechten die niet op zaken betrekking hebben, waaronder geld’ zoals het hof had gedaan. Voor ‘overige vermogensrechten’ geldt als waarderingsmaatstaf de waarde in het economische verkeer die aan zo’n recht kan worden toegekend en daarbij moeten alle relevante omstandigheden in aanmerking worden genomen. Daartoe behoort ook de omstandigheid dat de desbetreffende VvE uit bijdragen van haar leden een eigen vermogen heeft gevormd. De Hoge Raad verklaarde daarop het beroep in cassatie ongegrond.

Bron: www.belastingaangifteplaats.com