Bestuurdersaansprakelijkheid binnen de VvE


Vanaf 1 november 2012 beantwoordt Anne Vermeulen, advocaat bij Rijssenbeek Advocaten veel voorkomende vragen over het appartementsrecht.

Sinds twee jaar bekleed ik de functie van bestuurder van onze VvE. Nu vraag ik mij af of ik tegenover de leden aansprakelijk ben voor eventuele fouten die ik tijdens mijn bestuursfunctie maak? 

De functie die een bestuurder van een Vereniging van Eigenaars heeft betreft kort gezegd het beheren van de middelen van de VvE, alsmede het uitvoeren van besluiten van de vergadering van eigenaars. Onder het beheer van de middelen wordt in de regel tevens verstaan het samenstellen van een (ontwerp)begroting, het opstellen van een (ontwerp)begroting, het opstellen van een onderhoudsplan, het vaststellen van de voorschotbijdrage, het samenstellen van de financiële stukken, het uitschrijven van vergaderingen van eigenaars en het notuleren daarvan en het begeleiden van onderhoudswerken. Indien de VvE een administratief beheerder heeft gecontracteerd, is het takenpakket voor de bestuurder uiteraard anders.

Elke bestuurder dient zich ervan bewust te zijn, dat in het geval hij zijn taak niet naar behoren vervult of zijn bevoegdheden te buiten gaat, hij daarvoor persoonlijk aansprakelijk kan worden gesteld. Dit kan door zowel de VvE als door derden. Het is daarvoor wel vereist dat schade is geleden en dat die schade het gevolg is van een doen of nalaten van de betreffende bestuurder. Artikel 2:9 BW regelt de interne aansprakelijkheid van bestuursleden jegens de VvE.

Titel 9 van Boek 5 BW (het appartementsrecht) bevat geen specifiek artikel over bestuurdersaansprakelijkheid. Artikel 5:124 lid 2 BW verwijst evenwel naar toepassing van een aantal artikelen binnen het gewone verenigingsrecht, waaronder begrepen artikel 2:9 BW zoals hiervoor genoemd. In dit artikel is opgenomen:

“Elke bestuurder is tegenover de rechtspersoon gehouden tot een behoorlijke vervulling van de aan hem opgedragen taak……”.

Uit de literatuur volgt dat pas van aansprakelijkheid zoals in het hierboven genoemde artikel kan worden gesproken bij een onmiskenbare en duidelijke tekortkoming, zijnde een tekortkoming waarover geen redelijk oordelend en verstandig ondernemer twijfelt. De veelvuldige jurisprudentie heeft deze begrippen de laatste jaren verder uitgewerkt. Als standaardnorm is vastgelegd dat een bestuurder pas aansprakelijk is als hem, alle omstandigheden van het geval in aanmerking genomen, een ernstig verwijt treft. De Hoge Raad noemt in dat kader een aantal in aanmerking te nemen omstandigheden, waarbij aansprakelijkheid van een bestuurder aan de orde zou kunnen komen, deze betreffen: “De aard van de door de rechtspersoon uitgeoefende activiteit, de in het algemeen daaruit voortvloeiende risico’s, de taakverdeling binnen het bestuur, de eventueel voor het bestuur geldende richtlijnen, de gegevens waarover de bestuurder beschikte of behoorde te beschikken ten tijde van de aan hem verweten beslissingen of gedragingen, alsmede het inzicht en de zorgvuldigheid die mogen worden verwacht van een bestuurder die voor zijn taken berekend is en deze nauwgezet vervult.” Een voorbeeld uit de praktijk van zo’n behoorlijke vervulling van de opgedragen taak is indien de bestuurder niet zodanige aantekening van de vermogenstoestand van de vereniging houdt, dat daaruit niet te allen tijde de rechten en verplichtingen van de vereniging kunnen worden gekend; of indien de bestuurder voortdurend en bewust de regels van de reglementen terzijde legt. Maar ook indien een bestuurder stelselmatig de crediteuren van de vereniging niet betaalt, de vorderingen van de vereniging niet int, het verplichte reservefonds niet in stand houdt etc.

Het genoemde artikel 2:9 BW bepaalt tevens, dat indien het een aangelegenheid betreft die tot de werkkring van twee of meer bestuurders behoort, ieder van hen voor het geheel aansprakelijk is ter zake van een tekortkoming, tenzij deze niet aan hem is te wijten en hij niet nalatig is geweest in het treffen van maatregelen om de gevolgen daarvan af te wenden. De bestuurder die meent dat hem persoonlijk niets valt te verwijten, kan zich dus van aansprakelijkheid bevrijden. Alsdan zal wel moeten blijken, dat die bestuurder met die tekortkomingen inderdaad niets had te maken en er alles aan heeft gedaan om die tekortkomingen af te wenden. Artikel 2:9 BW onderstreept dan ook de noodzaak van een deugdelijke notulering van de vergadering van eigenaars en van de bestuursvergaderingen, waaruit in ieder geval blijkt welke besluiten zijn genomen en wie van de bestuurders ter vergadering aanwezig is geweest.

De conclusie van het vorenstaande luidt dat de bestuurder die zijn taak op een normale wijze en binnen zijn bevoegdheden uitoefent, niet op een toerekenbare tekortkoming c.q. op onbehoorlijk bestuur zou kunnen worden betrapt. Slechts de bestuurder die bewust ernstig fout handelt, zal in de problemen komen. Tot slot verdient het wel de aanbeveling een bestuurdersaansprakelijkheidsverzekering af te sluiten opdat mocht het bestuur een fout maken bij de uitvoering van zijn taken, zij daar in beginsel voor verzekerd is.

advertentie Rijssenbeek Advocaten

Mocht u specifieke vragen over dit onderwerp hebben dan kunt u deze vraag hier aan haar stellen of neem direct contact met Anne Vermeulen op via www.rijssenbeek.nl.