Een klassieke manier om gedrag te beïnvloeden en te veranderen is door middel van straffen en belonen. Boeken zijn er vol over geschreven en over bestraffen van slecht gedrag van bewoners binnen het complex van een VvE wordt veel gesproken en staat regelmatig op de agenda van de ALV.

De uitspraak van de Rechtbank Gelderland is in dit kader interessant. In deze zaak wordt gevraagd om een besluit te vernietigen wat op 16 oktober 2014 door een VvE is genomen. Het betreft een besluit tot aanvullen van het Huishoudelijk Reglement met het opnemen van een boeteregeling.  In het van toepassing verklaarde Modelreglement van 1992 is reeds opgenomen dat er boetes bepaald kunnen worden en de aanvulling op het HR worden de maximale hoogtes van de boetes bepaald.

De uitspraak van de rechter is dat dit besluit niet wordt vernietigd op basis van redelijkheid en billikheid.

ECLI:NL:RBGEL:2015:2195

Zittingsplaats Zutphen

Zaakgegevens: 3570473 AZ VERZ 14-39
grosse aan: mr. S.A.M. Hofkamp en
afschrift aan: [verzoeker sub 1] en [verzoekster sub 2]
verzonden d.d.
beschikking van de kantonrechter d.d. 5 maart 2015 in de zaak van

1 [verzoeker sub 1] en

2. [verzoekster sub 2], wonende te [plaats],

verzoekers,

procederende in persoon,

tegen

de Vereniging van Eigenaars van het Appartementengebouw [naam te plaats], gevestigd te [plaats],

verweerster,

gemachtigde: mr. S.A.M. Hofkamp.

partijen zullen hierna worden aangeduid als [verzoekers] en de VvE

1 Het verloop van de procedure

Dit verloop blijkt uit:

  • het verzoekschrift, ingekomen ter griffie op 6 november 2014;
  • het verweerschrift;
  • de oproepingen aan alle stemgerechtigde leden van de VvE;
  • de brief van 10 december 2014 van de heer en mevrouw [naam A] ([adres])
  • de brief van [verzoekers] van 8 februari 2015 met de repliek tevens pleidooi;
  • de aantekeningen van de griffier van de mondelinge behandeling die op 12 februari 2015 heeft plaatsgevonden.

2 De vaststaande feiten

2.1 [verzoekers] is gerechtigd tot een appartementsrecht in appartementengebouw [naam te plaats], gemeente [gemeente].

2.2 In het in de Splitsingsakte van toepassing verklaarde Modelreglement is onder hoofdstuk “K. Overtredingen” in artikel 29 onder meer bepaald:

Artikel 29

1. Bij overtreding of niet-nakoming van een der bepalingen van de wet, van het reglement of van het eventuele huishoudelijk reglement, hetzij door een eigenaar, hetzij door een gebruiker, zal het bestuur de betrokkene een schriftelijke waarschuwing doen toekomen bij aangetekende brief en hem wijzen op de overtreding of niet-nakoming.

2. Indien de betrokkene binnen een maand geen gevolg geeft aan de waarschuwing kan het bestuur hem een boete opleggen van ten hoogste een bedrag dat door de vergadering voor zodanige overtredingen of niet-nakoming is bepaald voor elke overtreding of niet nakoming, onverminderd de gehoudenheid van de betrokkene tot schadevergoeding, zo daartoe termen aanwezig zijn, en onverminderd de andere maatregelen, welke de vergadering kan nemen krachtens de wet of het reglement. (…)”

2.3 Tijdens de algemene ledenvergadering van de VvE van 16 oktober 2014 is met een meerderheid van 18 van de 23 aanwezige stemgerechtigde/vertegenwoordigde stemmen een door het bestuur voorgestelde wijziging van het Huishoudelijk Reglement van de VvE aangenomen. Daarbij is het artikel 22 als volgt vastgesteld:

Hoofdstuk 8 Boetebepaling

Artikel 22

  1. Bij overtreding van één der bepalingen van dit Huishoudelijk Reglement door een eigenaar/gebruiker kan het bestuur de betrokkene een schriftelijke waarschuwing sturen per aangetekende brief waarin de eigenaar/gebruiker op de aantoonbare overtreding wordt gewezen.
  2. Klachten over een eigenaar/gebruiker kunnen schriftelijk worden ingediend bij het bestuur. Het verdient echter aanbeveling eerst de potentiële klacht met de (mede-) eigenaar/gebruiker te bespreken.
  3. Gezien artikel 29 lid twee van het modelreglement 1992 is het bestuur bevoegd de volgende maximale boetes voor zodanige overtreding of niet nakoming op te leggen:
  1. € 100,00 ingeval van onredelijke hinder, als bedoeld in artikel 17 lid 1 MR 1992.
  2. € 50,00 in geval van het plaatsen van voertuigen of andere voorwerpen op plaatsen, die hiervoor niet zijn bestemd, als bedoeld in artikel 12 lid 1 MR 1992.
  3. € 50,00 ingeval van het aanbrengen van decoraties in de gemeenschappelijke gedeelten, als bedoeld in artikel 12 lid 2 MR 1992.
  4. € 250,00 ingeval van verboden op-, aan- of onderbouw aan het appartementencomplex om als bedoeld in artikel 13 lid 2 MR 1992.
  5. € 1.000,00 voor het aanbrengen van veranderingen in de gemeenschappelijke gedeelten en zaken, als bedoeld in artikel 9 lid 2 MR 1992.
  6. € 2.500,00 ingeval van afwijkend gebruik van het privégedeelte ten opzichte van de in de akte van splitsing opgenomen bestemming, als bedoeld in artikel 17 lid 4 MR 1992.
  7. € 1.000,00 voor het leggen van een verboden vloerbedekking in het privé gedeelte, als bedoeld in artikel 17 lid 5 MR 1992 of artikel 15 van het HR.
  8. € 500,00 voor het weigeren toestemming te verlenen tot toegang tot of het gebruik van een privé gedeelte in het geval van (planmatig) onderhoud aan de gemeenschappelijke delen en zaken, als bedoeld in artikel 18 lid 3 MR 1992.
  9. € 1.000,00 in geval van weigering tot afgifte van en ondertekende gebruikersverklaring, als bedoeld in artikel 24 lid 1 MR 1992.
  10. € 100,00 in het geval van ernstige verstoring van de vergadering van eigenaars, als bedoeld in artikel 17 lid 1 MR 1992.

4. De in dit artikel opgesomde boetes zullen slechts na het verzenden van tweemaal een schriftelijke waarschuwing aan een eigenaar/gebruiker kunnen worden opgelegd. Beroep ten aanzien van deze oplegging van boetes staat open bij de vergadering.

3 Het verzoek

3.1 [verzoekers] heeft verzocht te vernietigen het op 16 oktober 2014 de VvE genomen besluit tot wijziging van het Huishoudelijk Reglement voor zover dit besluit betreft het in hoofdstuk 8, artikel 22 opnemen van een boeteregeling.

3.2 [verzoekers] heeft tegen de achtergrond van de vaststaande feiten aan zijn verzoek onder meer de volgende stellingen ten grondslag gelegd. Het gaat om een regeling van tuchtrecht en deze dient daarom te zijn voorzien van waarborgen tegen verkeerd gebruik. Deze waarborgen ontbreken in dit geval geheel en er zijn concrete tekortkomingen aan te wijzen.

4 Het verweer

4.1 De VvE heeft verweer gevoerd en verzocht dat de kantonrechter bij beschikking verzoekers in hun verzoek niet ontvankelijk zal verklaren dan wel het verzoek zal afwijzen met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van [verzoekers] in de proceskosten, alsmede in de nakosten van € 131,00 zonder betekening en verhoogd met € 68,00 in geval van betekening.

Het verweer van de VvE zal, voor zover van belang, hierna worden weergegeven.

5 De beoordeling

5.1 Het verzoek van [verzoekers] is binnen de daartoe gestelde termijn ontvangen zodat hij in zoverre ontvankelijk is in zijn verzoek.

5.2 Ingevolge de artikelen 5:130 en 2:15 BW kan een der appartementsgerechtigden bij de kantonrechter vernietiging verzoeken van een besluit van een orgaan van de VvE onder meer voor zover dit in strijd is met de in artikel 2:8 BW nader omschreven redelijkheid en billijkheid. Voor de beoordeling is van belang dat in artikel 5:126 BW aan de VvE naast het beheer van de gemeenschap het toezicht is opgedragen over de nakoming van de verplichtingen van de afzonderlijke appartementseigenaren. In dat kader is het bestuur door middel van artikel 29 van het Modelreglement gemachtigd om boetes op te leggen bij overtreding.

5.3 Het Splitsingsreglement maakt het via artikel 29 Modelreglement mogelijk dat de algemene ledenvergadering (ALV) van de VvE in het Huishoudelijk reglement voor concrete categorieën van overtredingen boetes aan eigenaren en gebruikers vastlegt. Dat is wat de ALV heeft gedaan. Zij vindt een boeteregeling nodig, niet zozeer met het oog op de eigenaren als op (toekomstige) huurders van appartementen.

Het is daarbij niet toegestaan om een algemene boetebepaling vast te leggen, hetgeen ook al volgt uit artikel 29 van de Splitsingsakte (zie rechtbank Arnhem, sector kanton, locatie Nijmegen, 5 september 2007, ECLI:NL:RBARN:2007:BB4186).

Dat betekent dat een boeteregeling als in artikel 22 HR, een verdeling in categorieën een noodzakelijke stap is om voor het bestuur de mogelijkheid te openen tot oplegging van boetes te kunnen overgaan.

5.4 [verzoekers] heeft bezwaren geuit tegen het gemis in artikel 22 van voldoende rechtsbescherming. Vooropgesteld wordt dat het bestuur, de ALV en de individuele appartementsgerechtigden zich te allen tijde jegens elkaar dienen te gedragen naar de eisen van redelijkheid en billijkheid. Het is de vraag of de voorliggende regeling van artikel 22 HR binnen dat kader voldoende waarborgen biedt. Hierbij is van belang dat de regeling een redelijk doel dient en gezien haar aard ook helder, handzaam en werkbaar dient te zijn. De VvE heeft voldoende aangetoond dat de regeling een redelijk doel dient namelijk een instrument bij de toezichthoudende taak van het bestuur, waarbij van de boeteregeling een prikkel dient uit te gaan tot het door eigenaren en gebruikers nakomen van hun verplichtingen.

5.5 Het ontbreken van een beroeps- en beslistermijn is niet ernstig nu men daarbij van redelijke termijnen dient uit te gaan. De VvE heeft naar voren gebracht dat het beroep op de eerstvolgende reguliere ALV-vergadering en zo nodig op een afzonderlijk eerder te beleggen wordt behandeld. Die werkwijze is niet onredelijk.

5.6 De vastgelegde boetebedragen worden niet onredelijk hoog geacht, te meer nu het gaat om maximumbedragen (22 lid 3 aanhef: “de volgende maximale boetes”) en het bestuur zeker ook bevoegd is gelet op de specifieke aard en ernst van de concrete overtreding een lagere boete op te leggen.

5.7 Bij al het voorgaande is van belang dat de individuele appartementsgerechtigde die het met een door bestuur aan hem opgelegde een boete niet eens, is voldoende mogelijkheden heeft om beroep in te stellen op de ALV en/of zo nodig een beroep te doen op de rechter. Zo zal hij bij de kantonrechter vernietiging van het besluit op zijn beroep van de ALV kunnen verzoeken en kan hij verweer voeren indien de VvE een invorderingsprocedure tegen hem voert. In beide procedures zal in beginsel op de VvE de bewijslast rusten omtrent het bestaan van de “aantoonbare overtreding” indien deze door de eigenaar/gebruiker zou worden betwist. Hierbij ligt het voor de hand dat die procedure tot invordering van de boete bij de rechter niet zal worden ingesteld, en ook geen succes zal oogsten, zolang het beroep op de ALV aanhangig is.

5.8 Het is gelet op het voorgaande niet nodig de boeteregeling uit te breiden in de door [verzoekers] voorgestane zin en vele andere denkbare bepalingen. De mogelijkheden daartoe zijn eindeloos. Het zal leiden tot een in verhouding tot de nog te beschermen belangen onnodig zware en uitgebreide regeling die mogelijk nog niet compleet zal zijn en ook weer allerlei vragen kan oproepen. De noodzaak en wenselijkheid ontbreekt omdat er voldoende waarborgen zijn door middel van het in voorkomend geval inroepen van de onafhankelijke en onpartijdige toetsing van elk individueel boetebesluit door de rechter. Aan de door [verzoekers] genoemde bezwaren en door hem gewenste waarborgen is in de regeling voldaan.

5.9 De slotsom van het bovenstaande is dat er geen grondslag is om het besluit van de ALV van de VvE tot de invoering van artikel 22 van het Huishoudelijk Reglement te vernietigen wegens strijd met de redelijkheid en billijkheid.

5.10 Het voorgaande brengt mee dat het verzoek van [verzoekers] zal worden afgewezen.

5.11 De door partijen aangevoerde argumenten die in het voorgaande niet aan de orde zijn gekomen behoeven geen bespreking, nu deze in het licht van hetgeen is vastgesteld en overwogen niet tot een andere beslissing kunnen leiden.

5.12 [verzoekers] zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de proceskosten.

De mede gevorderde nakosten zijn eveneens toewijsbaar en zullen worden begroot als hierna vermeld.

De beschikking zal uitvoerbaar bij voorraad worden verklaard. Hetgeen meer of anders is verzocht zal worden afgewezen.

6 De beslissing

De kantonrechter:

6.1 wijst het verzoek af

6.2 veroordeelt [verzoekers] in de proceskosten, aan de zijde van de VvE gevallen en tot aan deze beschikking aan de zijde van de VvE vastgesteld op € 400,00;

6.3 veroordeelt [verzoekers] in de kosten die na deze beschikking ontstaan, begroot op € 100,00 als bijdrage in het salaris van de gemachtigde en, indien betekening van de beschikking heeft plaatsgevonden, met de explootkosten van betekening van de beschikking;

6.4 verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;

6.5 wijst het meer of anders verzochte af.

Deze beschikking is gegeven door mr. M.C.J. Heessels, kantonrechter, en uitgesproken ter openbare zitting van 5 maart 2015 in aanwezigheid van de griffier.

conc.: mh

Bron: SDU Op Maat