Het wetsvoorstel voor wijziging van boek 5 van het Burgerlijk Wetboek wil bevorderen dat elke Vereniging van Eigenaars jaarlijks voldoende geld reserveert om toekomstig groot onderhoud te kunnen betalen. Die intentie is goed, maar de wettekst moet een stuk duidelijker, zo betoogt drs Maarten den Ouden, bedrijfseconoom en controle-specialist.

In mijn boek “Financiën van de VvE, gids voor bestuurders en appartementseigenaren” leg ik in drie korte hoofdstukjes uit wat het “reservefonds groot onderhoud” eigenlijk is. Zo’n reservefonds is onderdeel van het “eigen vermogen” van de VvE en dat blijkt voor velen een lastig begrip te zijn. Lastig, omdat “eigen vermogen” niet iets tastbaars is. Bij alle andere posten op de balans kan iedereen zich iets voorstellen, omdat je ze kunt “grijpen”: bij voorbeeld het geld op de bankrekening, de stapel nog te betalen rekeningen. “Eigen vermogen” kun je niet grijpen en is daarom moeilijker te be”grijpen”.

Juist daarom zou de wetgever zich moeten inspannen om de wetteksten zo helder mogelijk te maken!

Wist u dat het begrip “reservefonds groot onderhoud” nergens in de huidige wet voorkomt? En ook niet in het nieuwe wetsvoorstel? De huidige wet spreekt in artikel 126 (BW5) van “een reservefonds ter bestrijding van andere dan de gewone jaarlijkse kosten”. Wat moet een gewoon VvE-lid zich daar nu bij voorstellen?!

Misschien een soort verzekeringspremie tegen calamiteiten? Of geld om eens in de zoveel jaar een inspectie op de verankering van de balkons uit te voeren zodat zeker is dat de VvE geen buitengewone kosten krijgt door plotseling naar beneden vallende balkons? Of bedoelt de wetgever bijvoorbeeld een spaarpotje om elke vijf jaar een lustrumfeest te organiseren?

Niets van dit alles, de wetgever bedoelt hier echt een spaarpotje om toekomstig groot onderhoud van de gemeenschappelijke delen van het appartementencomplex te kunnen betalen. Het zou toch beter zijn als de wetgever dan ook gewoon opschrijft wat eigenlijk wordt bedoeld?

Bovendien spreekt de wetgever zichzelf door de onnodig vage tekst eigenlijk tegen.

In de praktijk is gebleken dat nog (te) veel VvE’s niet of te weinig sparen voor het groot onderhoud. De wetgever wil door deze wetswijziging bereiken dat het voor élke VvE normaal wordt om jaarlijks genoeg te sparen. Het moet dus gewoon worden dat op de exploitatierekening van elke VvE elk jaar een kostenpost “toevoeging aan het reservefonds groot onderhoud” komt te staan. Sparen voor groot onderhoud is immers gewoon?

Het is dan wel erg merkwaardig én geeft verwarring als de wettekst dan spreekt over “andere dan de gewone jaarlijkse kosten”….

Conclusie: de huidige tekst van artikel 126 BW5: “De vereniging houdt een reservefonds in stand ter bestrijding van andere dan de gewone jaarlijkse kosten” moet veranderen in “De vereniging heeft een reservefonds groot onderhoud”. Dat is een tekst die voor iedereen duidelijker is en veel minder aanleiding geeft tot misverstanden.

Ook op andere punten kan de wettekst duidelijker. Daarover meer in een volgend artikel.