VvE Rechtspraak: Boete voor te vroeg betalen VvE bijdrage, kan dat?

VvE legt een appartementseigenaar een boete op omdat hij de servicekosten te vroeg betaalt. Hiervan wordt betaling gevorderd, en veroordeling om in maandelijkse termijnen te betalen, op straffe van een dwangsom. De vordering wordt afgewezen.

Uitspraak RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Vonnis van 7 maart 2018

inzake de vereniging met volledige rechtsbevoegdheid VvE [eiseres], gevestigd te [vestigingsplaats] , verder ook te noemen de VvE, eisende partij, gemachtigde: mr. I.G. de Koning-Smit,

tegen:

de besloten vennootschap [gedaagde] B.V., statutair gevestigd te [vestigingsplaats] , kantoorhoudende te [vestigingsplaats] , verder ook te noemen [gedaagde] , gedaagde partij, procederende bij [A] .

1 De procedure

1.1. Hoe deze procedure is verlopen blijkt uit:

  •  de dagvaarding
  •  de schriftelijke reactie van [gedaagde]
  •  de conclusie van repliek
  •  de schriftelijke reactie van [gedaagde]

1.2. Daarna is een datum bepaald waarop dit vonnis wordt uitgesproken.

2 De feiten

2.1. [gedaagde] is eigenaar van een appartementsrecht aan de [adres] in [woonplaats] en daardoor lid van de VvE.

2.2. De VvE is opgericht in een splitsingsakte van 22 juli 2008. In die akte is het modelreglement bij splitsing in appartementsrechten uit 2006 van toepassing verklaard. In dit reglement is onder andere bepaald dat appartementseigenaren bijdragen in de kosten van de VvE en dat zij zich moeten houden aan de toepasselijke reglementen.

2.3. De Algemene Ledenvergadering van de VvE heeft in de begroting voor 2017 vastgesteld dat de bijdrage in de servicekosten voor [gedaagde] € 64,– per maand is.

2.4. In artikel 11 lid 3 van het splitsingsreglement staat het volgende:

“De eigenaars zijn verplicht met ingang van de eerste maand van het desbetreffende boekjaar maandelijks bij vooruitbetaling één/twaalfde van het bedoelde aandeel aan de vereniging te voldoen, tenzij de vergadering anders besluit. (…)

2.5. In het splitsingsreglement is ook een bepaling opgenomen waarin staat dat de VvE betrokkenen een boete kan opleggen als sprake is van een overtreding of niet-nakoming van de wet, het reglement, het huishoudelijk reglement of een besluit van de vergadering en vervolgens door de betrokkene geen gevolg is gegeven aan een schriftelijke waarschuwing.

3 Het geschil

3.1. De VvE vordert veroordeling van [gedaagde] om aan de VvE € 150,– (met rente) te betalen en om de maandelijkse bijdrage correct en tijdig te betalen. De VvE vordert dat daarbij wordt bepaald dat [gedaagde] een dwangsom van € 150,– per dag moet betalen als hij hieraan niet voldoet. Verder vordert de VvE veroordeling van [gedaagde] in de proceskosten.

3.2. De VvE onderbouwt haar vordering met de stelling dat [gedaagde] de regels van de VvE steeds weer niet nakomt en daarom nu een boete moet betalen. Volgens de regels moet [gedaagde] elke maand zijn bijdrage aan de kosten van de VvE betalen. De afgelopen jaren heeft [gedaagde] deze bijdrage betaald wanneer dat hem uitkwam, soms achteraf voor een langere periode en soms ook vooraf voor een langere periode. Volgens de de VvE is haar boekhouding hierdoor een rommeltje. Zij heeft [gedaagde] hier al regelmatig op gewezen maar hij heeft toch in juli 2017 weer voor een half jaar de bijdrage vooruitbetaald. De VvE heeft hem toen een boete opgelegd van € 150,– omdat hij de regels voor de zoveelste keer had overtreden. Omdat hij die boete niet betaald heeft, moet hij daarover nu ook rente betalen, volgens de VvE. De VvE wil [gedaagde] met dit vonnis dwingen de bijdrage maandelijks te gaan betalen, door hem een dwangsom op te leggen als hij dit niet doet.

3.3. [gedaagde] heeft verweer gevoerd tegen de vordering. Volgens [gedaagde] moet de kantonrechter de vorderingen van de VvE afwijzen en moet de VvE zijn proceskosten van € 150,– betalen. [gedaagde] zegt dat hij volledig voldoet aan zijn verplichtingen, dat hij alle bijdragen heeft betaald en dat in het reglement nergens staat dat hij niet meerdere termijnen in één keer mag betalen. Volgens hem bestaat er alleen een (minimale) verplichting om op tijd te betalen en kan je daaruit niet afleiden dat de bijdrage niet eerder betaald mag worden. De boete is dan ook onterecht aan hem opgelegd, aldus [gedaagde] .

4 De beoordeling

4.1. In deze zaak gaat het om de vraag of [gedaagde] zijn bijdrage in de servicekosten van de VvE ook vooraf mag betalen, of dat er een verplichting bestaat om die bijdrage in twaalf maandelijkse termijnen te betalen. Partijen hebben er geen discussie over dat betaling van een bedrag achteraf in elk geval niet volgens de regels is.

4.2. De tekst van een reglement moet worden uitgelegd in lijn met het doel dat die regel dient. De regel in artikel 11 van het splitsingsreglement, waarover partijen deze procedure voeren, heeft als doel ervoor te zorgen dat de bijdragen van de appartementseigenaren aan de kosten van de VvE op tijd worden betaald, zodat de VvE aan zijn lopende verplichtingen kan voldoen. Het is niet in lijn met dit doel om eigenaren die hun bijdrage al betalen vóórdat zij hiertoe op grond van de regels verplicht zijn, te straffen met een boete. Het argument dat de administratie door dit soort onregelmatige betalingen een rommeltje wordt, overtuigt niet. Het is best mogelijk om een heldere administratie te voeren wanneer wisselende bedragen op onregelmatige momenten worden ontvangen. Het enige wat de VvE met deze regel kan afdwingen is dat betaling tijdig, dus vooraf, gebeurt.

4.3. Dat betekent dat de boete ten onrechte aan [gedaagde] is opgelegd en dat de vorderingen van de VvE moeten worden afgewezen.

4.4. De VvE zal als verliezende partij worden veroordeeld in de kosten die [gedaagde] lijdt vanwege deze procedure. Op basis van de hiervoor wettelijk vastgestelde tarieven gaat het daarbij om een bedrag van € 30,– aan verletkosten (de helft van tarief € 30,– x 2 punten wordt gerekend voor de verletkosten van een partij zonder professionele gemachtigde).

5 De beslissing

De kantonrechter:

5.1.wijst de vordering af;

5.2. veroordeelt de VvE tot betaling van de proceskosten van [gedaagde] , tot de uitspraak van dit vonnis begroot op € 30,– voor verletkosten;

Dit vonnis is gewezen door mr. L.M.G. de Weerd, kantonrechter, en is in aanwezigheid van de griffier mr. C.S. Schür in het openbaar uitgesproken op 7 maart 2018.

Bron: Rechtspraak.nl

Tags:
0 Reacties

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Neem contact op met VvE Centraal

U kunt dit formulier gebruiken om contact op te nemen met VvE Centraal

Wordt verstuurd

wit logo-01

©2018 VvE Centraal, onderdeel van Blue Orange Participaties B.V.

Login met je gegevens

of    

Je gegevens vergeten?

Create Account