Besluiten die geen rechtsgevolg hebben voor de VvE kunnen niet worden vernietigd

RECHTBANK OVERIJSSEL beschikking van de kantonrechter van 30 oktober 2018

in de zaken van

[verzoeker] , wonende te [plaats] , verzoekende partij, verder te noemen [verzoeker] , gemachtigde: mr. J.W. Helsdingen

tegen

de vereniging VERENIGING VAN EIGENAREN RESIDENTIE DE STADSHAGHEN OMMEN, gevestigd te Ommen, verwerende partij, verder te noemen de VvE, gemachtigde: mr. L. van Gemert

1 De procedure

1.1. Het verloop van de procedures blijkt uit:

  • het verzoekschrift in de zaak met zaaknummer 6946899 \ AZ VERZ 18-77, ter griffie ontvangen op 29 mei 2018
  • het verzoekschrift in de zaak met zaaknummer 6990454 \ AZ VERZ 18-89, ter griffie ontvangen op 15 juni 2018
  • het verweerschrift van de VvE in de beide zaken
  • de aantekeningen van de griffier van de mondelinge behandeling van 3 oktober 2018, alwaar de beide verzoekschriften gelijktijdig zijn behandeld. Bij de mondelinge behandeling zijn verschenen:
  • [verzoeker] , bijgestaan door mr. Helsdingen voornoemd;
  • namens de VvE mevrouw [A] , penningmeester, bijgestaan door mr. Van Gemert voornoemd;
  • als belanghebbenden: de appartementseigenaars de heren [C], [D]
  • [E] en [F] en de dames H. van Veen en [H]

.

1.2. Hierna is in beide zaken beschikking bepaald.

2 De feiten

2.1. Bij akte van splitsing van 27 februari 1970 is opgericht de coöperatieve vereniging “Coöperatieve Serviceflat De Stadshaghen U.A.”.

2.2. Bij notariële akte van 11 april 2011 is voornoemde vereniging omgezet in een vereniging van eigenaars, de VvE, en is het reglement van splitsing gewijzigd, waarbij dat reglement is gebaseerd op het Modelreglement 2006 van de Koninklijke Notariële Beroepsorganisatie.

2.3. In de VvE zijn de eigenaars van 84 appartementen en 21 garageboxen verenigd. [verzoeker] is lid van de VvE.

2.4. In de begroting van de VvE over 2018 is in totaal een bedrag van € 132.625,00 aan personeelskosten opgenomen.

2.5. [verzoeker] heeft het bestuur van de VvE een brief gestuurd d.d. 23 april 2018 met de volgende inhoud:

“Hierbij verzoek ik u het volgende op de Agenda van de komende vergadering te zetten:

=Specificatie en Uitsplitsing Algemene Hulp en individuele hulp Huishoudelijke medewerkers.

Hierbij verzoek ik U om een besluit over de uitsplitsing uren voor algemene hulp en individuele hulp in de begroting en het jaarverslag op te nemen. Tevens verzoek ik u om de uren voor algemene hulp nader te specificeren zodat ook duidelijk wordt welk deel er aan het schoonmaken wordt besteed.

Gaarne na toelichting in stemming brengen.”

2.6. [verzoeker] heeft de penningmeester van het bestuur van de VvE per brief van 23 april 2018 ook verzocht om een specificatie en onderbouwing te verstrekken van de kosten voor de huishoudelijke hulpen, de huismeester, de administratief baliemedewerkster en de medewerkster bestuurlijke ondersteuning.

2.7. Per brief van 3 mei 2018 heeft het bestuur van de VvE aan [verzoeker] kenbaar gemaakt dat tijdens de bestuursvergadering van 1 mei 2018 is besloten geen apart agendapunt in de algemene ledenvergadering te wijden aan het verzoek van [verzoeker] , aangezien dat verzoek al in de vergadering van eigenaars van 11 mei 2017 aan de orde is geweest. Ook staat in deze brief vermeld dat het bestuur besloten heeft geen nadere specificatie van kosten en uren te maken.

2.8. Tijdens een op 17 mei 2018 gehouden vergadering van eigenaars is besloten dat de huidige service in de VvE wordt gehandhaafd en dat het bestuur geen opdracht geeft om offertes aan te vragen bij derden. In de notulen van deze vergadering staat over dit besluit onder meer vermeld:

“Als bevestiging van de standpunten van de eigenaren wordt verzocht de stembriefjes in te vullen. Een meerderheid van de leden vindt schriftelijk stemmen overbodig. Er wordt gekozen voor handopsteking.

Mevrouw [A] ligt [licht, ktr] de stemming toe:

“Voor” is hand omhoog: “De stemming houdt in dat u vóór de huidige service bent en het bestuur geen opdracht geeft om verdere offertes aan te vragen bij derden, waarbij de service zou komen te vervallen.”

“Tegen” is hand omlaag.

Na handopsteking wordt geconstateerd dat de grote meerderheid van stemmen vóór het behouden van de huidige huishoudelijke dienstverlening/service is zoals deze voor VvE “Residentie De Stadshaghen” wordt uitgevoerd.

Dit bevestigt het meerderheidsbesluit genomen in de Algemene Ledenvergadering van donderdag 11 mei 2017”

3 Het geschil

3.1. [verzoeker] verzoekt de kantonrechter in de zaak met zaaknummer 6946899 \ AZ VERZ 18-77 bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren beschikking het bestuursbesluit d.d. 1 mei 2018 om geen specificatie van de personeelskosten te verstrekken op grond van artikel 5:130 lid 1 BW als zijnde in strijd met de redelijkheid en billijkheid te vernietigen en het bestuur onder verbeurte van een dwangsom te bevelen een dergelijke specificatie, dan wel een door de kantonrechter nader te bepalen specificatie, te verstrekken, met veroordeling van de VvE in de kosten van deze procedure.

3.2. In de zaak met zaaknummer 6990454 \ AZ VERZ 18-89 verzoekt [verzoeker] de kantonrechter het besluit van de algemene ledenvergadering van 17 mei 2018 om de huidige service te handhaven en geen offertes bij derden op te vragen op grond van artikel 5:130 lid 1 BW enerzijds te vernietigen als zijnde in strijd met de redelijkheid en billijkheid en anderzijds te vernietigen als zijnde in strijd met de regels met betrekking tot het tot stand komen van besluiten zoals opgenomen in het reglement van splitsing, met veroordeling van de VvE in de kosten van deze procedure.

3.3. [verzoeker] legt aan zijn verzoeken het navolgende ten grondslag. De leden van een vereniging van eigenaars hebben recht op inzage van de stukken met betrekking tot de exploitatie van het gebouw, nu zij worden belast voor de kosten die daarmee verband houden. De loonkosten vormen een te grote post op de exploitatierekening van de VvE en de VvE koopt voor onverklaarbaar hoge bedragen diensten van derden in. Uit door [verzoeker] opgevraagde offertes blijkt dat er aanzienlijk op de personeelskosten bespaard kan worden.

De kosten voor individuele hulp aan de eigenaars komen niet voor rekening van alle leden en verzoeker heeft er dan ook belang bij om te weten hoeveel uur er aan de exploitatie wordt besteed en hoeveel aan individuele hulp. Dat geldt ook voor de verdeling van de uren over de individuele medewerkers. Het besluit van het bestuur van de VvE d.d. 1 mei 2018 om geen specificatie van de personeelskosten te verstrekken is dan ook in strijd met de redelijkheid en billijkheid.

Het op de algemene ledenvergadering van 17 mei 2018 genomen besluit om de huidige service te handhaven is eveneens in strijd met de redelijkheid en billijkheid, omdat er willens en wetens onnodige hoge uitgaven aan personeelskosten en kosten voor het inkopen van diensten van derden worden gedaan. Ook is dat besluit niet op de juiste wijze tot stand gekomen, nu er geen telling van de stemmen heeft plaatsgevonden, althans de stemverhouding niet in de notulen is terug te vinden.

3.4. De VvE voert verweer. Voor zover van belang, zal dit verweer hierna worden besproken.

4 De beoordeling

4.1. De kantonrechter stelt vast dat [verzoeker] zijn verzoeken tot vernietiging van de besluiten d.d. 1 en 17 mei 2018 heeft gedaan binnen een maand na de dag waarop hij van die besluiten kennis heeft kunnen nemen. [verzoeker] is dan ook ontvankelijk in zijn verzoeken.

4.2. De VvE stelt zich onder meer op het standpunt dat de besluiten van 1 en 17 mei 2018 geen besluiten zijn in de zin van artikel 2:14 en 15 BW. De VvE voert daartoe aan dat de betreffende besluiten geen rechtsgevolg hebben, aangezien deze niet leiden tot een verandering van de bestaande situatie. Volgens de VvE heeft [verzoeker] ook geen belang bij zijn verzoeken tot vernietiging van de besluiten, aangezien er met de vernietiging van die besluiten niets verandert in de feitelijke of rechtspositie van [verzoeker] .

4.3. Voor de vraag of een besluit van een orgaan van een vereniging van eigenaars vernietigbaar is, is gelet op het bepaalde in artikel 5:124 lid 2 BW artikel 2:15 BW beslissend. Laatstgenoemd artikel is geschreven voor besluiten die als rechtshandeling zijn aan te merken, zijnde een handeling gericht op het tot stand brengen van een bepaald rechtsgevolg. Van een besluit in de zin van artikel 2:15 BW kan dan ook slechts worden gesproken indien de beslissing rechtsgevolgen voor de rechtspersoon heeft (Asser/Van der Grinten & Maeijer 2-II 1997/127 en Asser/Maeijer & Kroeze 2-I* 2015/292).

4.4. Het besluit van het bestuur van de VvE om [verzoeker] geen specificatie van de personeelskosten te verstrekken heeft geen rechtsgevolgen voor de VvE. Het besluit in kwestie wijzigt immers niet de juridische situatie van de VvE, nu er door dit besluit geen rechtsbetrekking tot stand komt of een rechtsbetrekking wijzigt of teniet gaat. Ook de besluiten van de vergadering van eigenaars om de huidige service te handhaven en geen offertes bij derden op te vragen zijn niet gericht op het tot stand brengen van een bepaald rechtsgevolg. Met deze besluiten is in feite besloten de bestaande situatie voort te zetten en de eerder door de algemene vergadering genomen besluiten (dus) te handhaven.

4.5. Nu de besluiten van 1 en 17 mei 2018 geen rechtsgevolgen hebben voor de VvE, zijn deze besluiten niet aan te merken als besluiten in de zin van artikel 2:15 BW. Dit betekent dat deze besluiten niet op grond van artikel 5:130 lid 1 BW kunnen worden vernietigd. De verzoeken van [verzoeker] zullen daarom worden afgewezen.

Overigens zou de vernietiging van de besluiten van 1 en 17 mei 2018 [verzoeker] feitelijk niets opleveren, althans niet datgene wat hij beoogt, aangezien de vernietiging van de besluiten er niet toe leidt dat het serviceniveau wél gewijzigd wordt of dat er wél offertes bij derden worden opgevraagd.

4.6. De kantonrechter ziet in de omstandigheden van het geval aanleiding een proceskostenveroordeling uit te spreken. Nu [verzoeker] in het ongelijk wordt gesteld, zal hij de kosten van deze procedure moeten dragen. De gevorderde nakosten zijn slechts toewijsbaar tot het tarief van een half punt van het salaris gemachtigde, met een maximum van € 100,00.

5 De beslissing

De kantonrechter:

5.1. wijst het verzochte af;

5.2. veroordeelt [verzoeker] in de kosten van deze procedure, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW daarover indien deze kosten niet binnen veertien dagen na heden zijn voldaan. De proceskosten aan de zijde van de VvE worden tot op heden begroot op:

€ 400,00 aan salaris gemachtigde, en

€ 100,00 aan nakosten;

5.3.verklaart deze proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beschikking is gegeven door mr. J.A.O.M. van Aerde, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 30 oktober 2018.

(md)

Bron: Rechtspraak.nl

Verrijkte uitspraak

Tags:
0 Reacties

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Neem contact op met VvE Centraal

U kunt dit formulier gebruiken om contact op te nemen met VvE Centraal

Wordt verstuurd

wit logo-01

©2018 VvE Centraal, onderdeel van Blue Orange Participaties B.V.

Login met je gegevens

of    

Je gegevens vergeten?

Create Account