GeschillenJurisprudentieSplitsingsakteVerbouwenVvE Rechtspraak - Onderhoud & MJOPVvE Rechtspraak - Splitsingsreglement

VvE Rechtspraak: Wel of niet terugdraaien van dichtgebouwd balkon

arrest van 19 juli 2016 in de zaak van [appellante] , wonende te [woonplaats] , appellante, in eerste aanleg: eiseres, hierna: [appellante],  advocaat: mr. A.Z. van Braam, kantoorhoudend te Groningen,tegen 1[geïntimeerde 1] , wonende te [woonplaats] , hierna: [geïntimeerde 1],2. [geïntimeerde 2]…

Lees meer
JurisprudentieVvE Rechtspraak - Onderhoud & MJOPVvE Rechtspraak - Splitsingsreglement

VvE Rechtspraak: Verzoek tot vernietiging besluit uitbouw

VVE-zaak: verzoek vernietiging toestemming uitbouw. Splitsingsreglement bevat bepaling dat voor uitbouw toestemming VVE is vereist, alsmede bepaling dat uitbouw voor bewoners begane grond is toegestaan. VVE is dan niet bevoegd die toestemming te onthouden, behalve als aan andere bepalingen in splitsingsdocumenten niet is voldaan. Daarvan is echter geen sprake.
JurisprudentieVvE BeheerVvE Rechtspraak - Besluitvorming

VvE Rechtspraak: Vernietigen besluit VvE. Ontzeggen stemrecht aan groot-eigenaar.

Vernietigen besluit VvE. Ontzeggen stemrecht aan groot-eigenaar. Belangenverstrengeling, redelijkheid en billijkheid. BW 2:8, 2:12, artikel 47 lid 4 Modelreglement 2006. Aan groot-eigenaar met een absolute meerderheid van stemmen van de VvE en tevens beheerder van het appartementencomplex wordt het stemrecht ontzegt aangezien er economische motieven aan het besluit van de VvE ten grondslag liggen die zijn ingegeven door een ander belang dan het belang van de groot-eigenaar als lid van de VvE, immers zij wijst op haar eigen (financiële) belang als rechtspersoon om met de VvE een beheerovereenkomst aan te gaan. Weliswaar is in de statuten geen bepaling vergelijkbaar met artikel 47 lid 4 modelreglement 2006 – welke bepaling als normstellend mag worden beschouwd, zeker in combinatie met het bepaalde in artikel 2:12 BW – opgenomen, maar dat staat hieraan niet in de weg, nu in een dergelijk geval immers belangenverstrengeling zeer wel denkbaar is indien een groot-eigenaar van haar positie gebruik zou kunnen maken en zij dan in strijd zou handelen met de redelijkheid en billijkheid die artikel 2:8 BW van haar eist.