VvE Rechtspraak - Besluitvorming

VvE Rechtspraak: Redelijkheid en billikheid besluit omtrent kozijnen

Vernietiging besluit van VvE. Redelijkheid en billijkheid. De VvE heeft er 13 jaar over gedaan om het bestreden besluit te nemen. Gelet hierop en op het feit dat er nog steeds onduidelijkheden bestaan over toegelaten wijzigingen (profielen van kozijnen van ramen en deuren) is het besluit van de VvE in strijd met de redelijkheid en billijkheid die de leden van een VvE op grond van artikel 2:8 BW jegens elkaar hebben te betrachten genomen.
VvE Rechtspraak - Geldzaken

VvE Rechtspraak: Vordering tot betaling bijdrage VvE

Vordering tot betaling VvE bijdrage. Dat de begroting en de financiële administratie volgens gedaagde niet deugt is niet vast komen te staan. Gedaagde heeft tweemaal de gelegenheid gehad om de financiële administratie te controleren en zijn (eventuele) bevindingen in het geding te brengen, hetgeen hij heeft nagelaten. Dat, zoals gedaagde stelt, getwijfeld kan worden aan de betrouwbaarheid van de in het geding gebrachte bankafschriften of dat sprake is van manipulatie van die bankafschriften, heeft hij feitelijk niet onderbouwd.
JurisprudentieVvE BeheerVvE Rechtspraak - Besluitvorming

VvE Rechtspraak: Vernietigen besluit VvE. Ontzeggen stemrecht aan groot-eigenaar.

Vernietigen besluit VvE. Ontzeggen stemrecht aan groot-eigenaar. Belangenverstrengeling, redelijkheid en billijkheid. BW 2:8, 2:12, artikel 47 lid 4 Modelreglement 2006.

Aan groot-eigenaar met een absolute meerderheid van stemmen van de VvE en tevens beheerder van het appartementencomplex wordt het stemrecht ontzegt aangezien er economische motieven aan het besluit van de VvE ten grondslag liggen die zijn ingegeven door een ander belang dan het belang van de groot-eigenaar als lid van de VvE, immers zij wijst op haar eigen (financiële) belang als rechtspersoon om met de VvE een beheerovereenkomst aan te gaan. Weliswaar is in de statuten geen bepaling vergelijkbaar met artikel 47 lid 4 modelreglement 2006 – welke bepaling als normstellend mag worden beschouwd, zeker in combinatie met het bepaalde in artikel 2:12 BW – opgenomen, maar dat staat hieraan niet in de weg, nu in een dergelijk geval immers belangenverstrengeling zeer wel denkbaar is indien een groot-eigenaar van haar positie gebruik zou kunnen maken en zij dan in strijd zou handelen met de redelijkheid en billijkheid die artikel 2:8 BW van haar eist.

Lees meer